Kinderen met sondevoeding en prelogopedie

Welke kinderen krijgen sondevoeding?

Prelogopedie bij kinderen met sondevoeding?

..... en als dat niet lukt?

Welke kinderen krijgen sondevoeding?

Kinderen die zelf niet voldoende kunnen (of mogen) drinken of eten krijgen door middel van een neus-maagsonde voeding. De voeding wordt door een spuitje of pomp via een slangetje in de maag gebracht. Het kan daarbij gaan om moedermelk, gewone zuigelingenvoeding of voeding die speciaal voor het geven via een sonde gemaakt is. In eerste instantie wordt er altijd gestart in het ziekenhuis. Als het niet lukt om het kind alles zelf te laten eten, maar het zou wel naar huis kunnen, leren ouders zelf voeding door de sonde te geven. Het kind kan dan met sondevoeding naar huis.

Er kunnen veel oorzaken zijn waarom een kind zelf niet voldoende kan drinken of eten. Enkele voorbeelden:

  • Kinderen die prematuur geboren worden kunnen zelf vaak (aanvankelijk) niet drinken. Zij krijgen hun voeding via de neussonde. Bij kinderen die prematuur geboren zijn wordt aanvankelijk altijd gekeken naar de hoeveelheid weken dat de zwangerschap heeft geduurd. Rond een zwangerschapsduur van 35 weken wordt gestart met het drinken van kleine hoeveelheden voeding. Veel prematuur geboren kinderen gaan rond de uitgetelde datum zelf al hun voeding drinken. Vooral kinderen die problemen hebben (gehad) met hun darmen of de longen (ademhaling) hebben soms langer sondevoeding nodig
  • Als er aangeboren afwijkingen zijn in het mondgebied of de slokdarm, is het soms moeilijk of onmogelijk om zelf te drinken. Deze kinderen krijgen ook hun voeding via de sonde
  • Kinderen met aangeboren hartafwijkingen hebben soms (als gevolg van hun slechte conditie) moeite om alle voeding zelf te drinken. Het kan dan zijn dat ze zelf een gedeelte van de voeding drinken en de rest via de sonde krijgen.
  • Kinderen met neurologische aandoeningen zijn soms motorisch niet in staat zelf voldoende te drinken.
  • Kinderen die om verschillende redenen niet voldoende groeien krijgen vaak aanvullend sondevoeding. Ook kinderen die voor een operatie een bepaald gewicht moeten hebben worden soms via de sonde bijgevoed.
  • Soms moeten kinderen een bepaalde hoeveelheid voeding krijgen (bijvoorbeeld bij stofwisselingsstoornissen). Ook deze kinderen krijgen dan aanvullende sondevoeding.
  • Kinderen die behandeld worden met bepaalde medicatie (bijvoorbeeld chemokuren) hebben daardoor soms weinig eetlust. Ook zij worden bijgevoed met een sonde.

 

Prelogopedie bij kinderen met sondevoeding?

Veel kinderen die tijdelijk sondevoeding krijgen, gaan na verloop van tijd zelf weer eten en drinken waardoor de sonde verwijderd kan worden. Er zijn echter kinderen die, doordat ze niet (meer) weten hoe ze moeten zuigen of van de lepel eten, niet zonder hulp van de sonde af komen. Ook zijn er kinderen die geen of een slecht hongergevoel hebben ontwikkeld. Daarnaast zijn er kinderen die allerlei negatieve ervaringen rond het mond- en keelgebied hebben opgedaan (overgeven, sonde inbrengen) waardoor zij veel moeite hebben met eten. Bij deze kinderen kan prelogopedie ingeschakeld worden.

De prelogopedist bekijkt bij het eerste onderzoek wat de beste manier is om het kind te voeden (fles, lepel, beker) en geeft adviezen om het mondgebied op deze manier te stimuleren. Vervolgens wordt gekeken op welke manier en met welke smaken het kind meer voeding zelf kan gaan eten. Steeds zal er gekeken worden welke hoeveelheden een kind zelf kan eten en wat er nog via de sonde gegeven moet worden. Als de hoeveelheden die een kind zelf kan eten groter worden, zal er (vaak samen met een diëtist en kinderarts) een schema gemaakt worden om minder sondevoeding te geven, zodat er meer honger ontstaat. Op deze wijze kan dan de sondevoeding vaak afgebouwd worden.

 

.... en als dat niet lukt?

Soms lukt het niet om een kind alle voeding zelf te laten eten. Dat kan allerlei oorzaken hebben (onvoldoende groei, blijvende problemen met bijvoorbeeld slokdarm, ernstige motorische of verstandelijke handicap). In sommige gevallen wordt dan besloten een PEG-katheter te plaatsen (percutane endoscopische gastrostomie, een slangetje dat via de buikwand direct in de maag uitkomt). De sonde in het neus-keelgebied kan dan verwijderd worden.

Soms kunnen kinderen nog wel kleine beetjes zelf eten. De verzorging van het mondgebied (tandenpoetsen) blijft belangrijk. De prelogopedist wordt dan vaak ingeschakeld om te kijken wat de mogelijkheden zijn en om het mondgebied zo veel mogelijk te stimuleren. Er kunnen daar bijvoorbeeld kleine tandenborsteltjes bij gebruikt worden:

vingertoptandenborstel (Difrax)

kauwtandenborstel (Difrax)

Ook zal gekeken worden op welke manier en met welke substantie het kind het beste kan eten of drinken. Bij kinderen die langdurig afhankelijk zijn van sondevoeding is het belangrijk dat de kleine beetjes die ze eten prettig verlopen.

Op verschillende plaatsen in Nederland zijn gespecialiseerde teams werkzaam die kinderen met eetproblemen begeleiden en behandelen. Op de site van de Vereniging Nee-eten is informatie te vinden over de verschillende teams.

home